De heilige geest daalt neer – 1 juni

Pinkstermaandag 1 juni, 10.30 uur

Tweede pinksterdag, de heilige geest van Jezus Christus is op de 49ste dag na Pasen neergedaald uit de hemel. Ik moest het opzoeken, want de betekenis heeft zich blijkbaar nooit eerder in mijn geest genesteld.

Mijn Signal-app van de mannengroep klinkt en ik zie Marco met een hoedje van stro op zijn kop, een brede lach en de duim omhoog. Hij reageert op het bericht dat ik gisteren heb verstuurd, de aankondiging voor de mannendag van zondag 14 juni. De uitnodiging had ik gelardeerd met een serie foto’s van Fred en mezelf – de initiatiefnemers van de eerstvolgende meeting. Op een zonovergoten pinksteravond zie je ons twee  – aan de rand van de Haarrijnse plas en temidden van de natuurpracht – ontspannen en tevreden de camera inkijken, allebei met een hoedje op. Het is hier goed, zoiets stralen we uit. Of, zoals Peter het in zijn reactie zegt: heren, dit lijkt een heus vakantieoord promo!

Niet toevallig heb ik zojuist ook een mooi filmpje bekeken van Ton van der Kroon, met wie ik in 2008 mijn eerste mannenweekeind beleefde in het Belgische Orval. Ik was 43 dus, reken ik even uit. Een andere tijd. Ik kende zelfs Lotte nog niet. Ton was een pionier op dit gebied (‘Nu ben ik links en rechts achterhaald’) en samen met zijn kompaan Jan Roelofs ging ik te midden van de uitgestrekte bossen, riviertjes en oude hoeves met 20 andere mannen op zoek naar de Heilige Graal, dat wat stond voor onze eigen queeste in het leven. We speelden de mythe uit, compleet met verkleedpartijen en rolverdelingen. Ruim 24 uur leefden we alsof we Percival waren, te midden van drie koningen, twee hofnarren, een batterij tempeliers en andere passende verschijningen. Ik zag mannen in vrouwenkleren en mezelf dingen doen die ik nooit eerder had gedaan. Het onmogelijke was even mogelijk.

Nu luister ik naar Ton als hij de kern van zo’n samenkomst probeert te vatten, de reden waarom ook hij het contact met andere mannen zocht en in die context en openheid langzaam thuiskwam. Daar waar het gemis van de vader, de verstrikkingen en mogelijke verstikkingen met de moeder, het loslaten en de wedergeboorte de ruimte kreeg en alles zijn weg kon vinden. ‘We hadden dan een ritueel waarin we als verloren zonen, de afwezige vader konden voelen. Want wat blijkt, bijna 90 procent van deze generatie kent dat gemis. En wat we eigenlijk deden was dat we er voor elkaar waren, dat je voelde dat je goed was zoals je bent. Daardoor konden we met elkaar zakken, in dat gevoel komen, zonder dat er een oordeel meer was.’

Dat was elke keer weer prachtig, hoor ik Ton vertellen. En zo ervaar ik het nog steeds, sinds ik in het voorjaar van 2018 door Ralph na een zondagavonddans werd gevraagd en me heb aangesloten bij deze groep. Mijn groep, zoals ik het beleef, want we dragen allemaal de verantwoordelijkheid voor het geheel. Ik voel dat het fijn is om er ook werkelijk in te stappen, zoals ik nu met Fred doe. De laatste meeting in april – via Zoom vanwege de coronatijd – was het mogelijk om elkaar eventueel ook live in duo’s te zien. Ik ontving Fred, die dichtbij woont - in mijn tuin en twee uur later fietsten we naar de Haarrijnse plas om er op blote voeten (zijn idee) een rondje te lopen.

Daar zijn de eerste zaadjes voor dit vervolg gepland, zou je dan kunnen zeggen. Maar is dat zo? Ik ontdek opnieuw dat het leven in alles aan elkaar vastzit, in samenhang zich ontvouwt, waar een einde tevens een begin is, waar niets op zichzelf staat. Als ik met die bril naar mijn wereld kijk, dan kan ik niet anders dan alles verwelkomen. In liefde aanschouwen. De weerstand, de pijn en het gemis doorvoelen, omarmen en de mogelijke projecties (oordelen en overtuigingen) altijd weer naar mezelf toehalen, de gebeurtenissen zien als ‘dienend aan’. Die laatste beweging heb ik van Roos, die me dat met grote regelmatig laat zien en waarmee zij haar liefde en ontvankelijkheid leeft.

We fietsten zaterdag naar Reeuwijk, vanaf Haarzuilens waar Roos haar elektrische fiets had gehuurd om vervolgens ons eerste tochtje te maken, bijna twee jaar na onze eerste echte date. In die pinkstertijd - tijdens het theaterfestival Vuurol in Lage Vuursche - daalde de geest ook neer en beleefden we een hemelse dag, zo een die je niet vaak meemaakt. Roos vertelt het verhaal donderdagavond tijdens de Circle of Life – de Zoom-meeting voor koppels waarvoor we ons hebben ingeschreven. Silvia, die we nog kennen van eerdere tantrische activiteiten – doet vier bijeenkomsten online. De intentie is om te openen en te verbinden. Door te delen over wat er speelt. Altijd fijn, ook om weer door input van een ander uitgenodigd en soms ook uitgedaagd te worden. Om te verschijnen.

Het zijn wonderlijke avonden, zeker als je geen agenda hebt of verwachtingen hebt over wat er moet gebeuren. In de tweede bijeenkomst - van bijna twee uur -  doen we een inquiry over wat je zelf, wat jouw lichaam, verlangt. En wat de ander daarin mogelijk kan betekenen. De een spreekt, de ander luistert. Ik ontdek weer eens hoezeer ik moeite heb die vraag – zo’n intiemere hulpvraag - in de dagelijkse omgang aan een ander te stellen. Maar ook hoezeer ik geneigd ben om al contact te maken, zonder dat ik iets gevraagd heb. De oefening en deze ervaring maakt helder dat contact en letterlijk verbinding (lees aanraking) maken ook een expliciete kant heeft. En dat er – zeker in langdurige liefdesrelaties – gewoontes ontstaan waarmee we over grenzen gaan of er juist voor blijven staan, daar waar er iets anders wordt verlangd.

Ik zit zaterdagochtend lang met Paulien aan de lijn. Ze zegt dat ik te snel ben gegaan voor haar. Vanaf april ben ik haar collega-bestuurder van het Centrum Kinderfilosofie Nederland en als zodanig actief. En vooral dat laatste is zichtbaar en duidelijk. Met de website zijn enorme stappen gemaakt en ook de redactionele kant wordt nu aangepast en aangepakt. Ik voel vertrouwen bij mijn medebestuurders die ik op de hoogte houdt, Paulien in het bijzonder. Een mail van vrijdag is niettemin een druppel voor haar. Ze mist haar naam in een opsomming en voelt zich buitengesloten. Dus mijn taak voor de nieuwsbrief is opgeheven?

Ik maak haar duidelijk dat dat allesbehalve zo is. Dat we iedereen – ook haar – nodig hebben en dat ik niemand wil uitsluiten, dat ik ook haar – via mails en dit belletje - probeer mee te nemen. Maar in het gesprek bemerk ik dat het nu niet om mij gaat, maar om haar. Ze vraagt om rekening met haar te houden. En dat wil ik. Het spijt me dus. Het gelijk is niet van belang, zo klinkt het in mijn hoofd. Dit gaat over relatie, over verbondenheid. Over of ik vanuit gemeenschap en verbondenheid wil leven. Over elkaar leren kennen, over ontmoeten. Over mijn eigen pijn. Wat wordt er in mij geraakt, als Paulien op de rem trapt? We zitten aan dezelfde kant van de medaille. Ik zet me in, zij zet zich in. En we zijn elkaar kwijt, zien elkaar even niet meer.

Ik bedank haar voor haar verschijnen. Dat ze zichzelf er weer ‘in’ heeft gebracht. Zodat we weer samen verder kunnen. En ik voel na of ik er nog ‘in’ zit of toch nog te gekwetst ben. Mmm. Wil er nog iets erkend en gevoeld worden aan mijn kant? Voor het moment is het goed, Ik heb Paulien ook horen vertellen over mijn onwaarschijnlijke inzet en haar dankbaarheid. Ook ik kan verder en weet dat er gevoeligheden zijn waardoor ik zorgvuldiger mag zijn in mijn communicatie en opereren, in het bijzonder naar haar. Goed om te weten, hoor ik een stemmetje tegen mezelf zeggen. En ik merk dat door dit nu op te schrijven en nog eens de revue te laten passeren er ook weer meer ruimte ontstaat.

Ik hoor de buurkinderen kletsen, Guus, Roos en Nuno. De achterpui staat op deze warme dag open. Het zijn temperaturen waardoor iedereen naar het water trekt. Roos en Max lieten zojuist weten dat ze eindelijk een plekje hebben gevonden, omdat het parkeren van een auto bij de Haarrijnse plas niet zo eenvoudig is. Ik zeg rond 13 uur te komen, ook en vooral om dit (eigen) verhaal ruimte te geven. Het eigen makerschap mag wat mij betreft een grotere rol spelen in mijn leven. Het inspireert. Twee kanten op. Via het schrijven, het tekenen, het zingen en het spelen is er even iets anders, is er die wending. Gaan we uit het patroon, het gesprek, uit de focus, die goed is maar die ook beperkend kan zijn.

‘Ik laat mensen even in de ooghoeken kijken,’ zo noemde Bart van Rosmalen het in de podcast die ik met hem maakte. En ik voel in mijn werk, ook soms tussen vrienden, dat ik ook zelf degelijke uitstapjes vaker nodig heb. En mezelf (en de ander) ook kan geven. Ik heb het er met Fred over in relatie tot de mannendag. Over het pendelen tussen de sharings - het delen (en bespreken) - en ons eigen makerschap. Hoe kunnen we dat op zo’n dag - als we met tien bij elkaar zijn - faciliteren? Dus niet ‘maken’ (of dansen) als afleiding, maar om die twee werelden en ervaringen vervolgens te verbinden. Dus het terugbrengen in de cirkel. Zoals in de urban dance. Daar waar de ‘ene move’ door de ‘andere move’ wordt opgevolgd. De danser stapt na zijn move weer terug in de cirkel. Maar de dansers en de moves staan in verbinding met elkaar. En zo ontvouwt zich de dans die van ons allemaal is

Het een kan niet zonder het ander, ze voegen iets aan elkaar toe. Weet ik. Ik vertel Fred over de Musework-week, over de finaledag van het Muzisch Onderzoek waaraan 30 mensen hebben deelgenomen. Over de online slotdag waaraan ik als buitenstaander mocht deelnemen. Het proeven aan drie sessies van vijf kwartier. Het is alweer drie weken terug, maar de ervaring is onuitwisbaar, laat zijn sporen na. Precies zoals Alexandra Bronsveld (ook van het CKN) het me vertelde in de podcast die ik begin maart met haar opnam. ‘Wat daar gebeurde was magisch. Zodanig dat ik er meer van wilde weten. Dat ik zelf op onderzoek uit ben gegaan.’

Zelf sluit ik me op 14 mei aan bij Anouk Saleming die me aan ‘woorden laat proeven’. Hoe kan het gebruik van muzische taal bijdragen aan het gesprek over wat ons drijft in ons werk? De creativiteit wordt aangewakkerd door de uitnodiging om tekst te laten komen uit gevoelslagen, die vervolgens in nieuwe combinaties te zetten en er tot slot  een ode mee te schrijven. Geïnspireerd door wat ik om me heen hoor en zelf op schrift heb gezet, staat er binnen drie kwartier een kleine Ode aan de ontmoeting.

Ik hoor haar vanuit de verte komen, een trillende hartslag, een golvende schrik, mijn lichaamskrullen verstarren.

Met sidderende knieën en een proberende blik kom ik nader.

Dan is er de proevende groet, het begin vanuit een verrassend niets: een zenuwachtig luisteren. Wat wil er gebeuren? Ze staat nu voor mij, met wijd opengesperde neus. De gammele en rammelende klapzoen doet het breekbare ijs smelten. Een beleefde wangstreling leidt ons over de drempelgrens van een nieuwsgierig voelen.

De verte is veranderd in een ongekend nabij zijn, waarin de toekomst nog even onvoorspelbaar wordt ontmoet.

Even later zit ik in een creërende makersbijeenkomst van Marjolijn Zwakman en Annemarie Vera over ‘het scheppende zelf’. En beweeg ik me door de ruimtes van mijn eigen lichaam. Wat wil er gezegd worden door mijn scheppende zelf? We zetten het op papier: eerst de lichte versie, dan de donkere. En vervolgens de woorden die vanuit ‘het midden’ worden gesproken. Ik luister, maak en voel me aanwezig. Wat gebeurt hier? Het lijkt eenvoudig, maar veelbetekenend wat er ontstaat. Via het lichaam en de het papier, naast een gesprek dat je er natuurlijk nog steeds met elkaar over kunt voeren. Het is informatie van een andere orde, uit een andere laag.

Ik zie mezelf voor de online ontmoetingsdag van het NIVOZ – in gesprek met mijn directeur Gabrielle met wie ik een en ander ook technisch voorbereid - iets opperen dat in die muzische richting (en het makerschap) gaat. ‘Laten we eerst een tekening maken als we de vraag stellen hoe jij de coronatijd heb ervaren,’ zo stel ik voorzichtig voor. En twee dagen later zie ik een aantal collega’s hun tekening showen aan de ander in breakout-rooms, precies zoals ik in de learning community Connected Making heb ervaren. Ook nu ik met Fred afstem op het programma van de mannendag komt dat ‘makersschap’ weer sterk naar voren. In no-time hebben we samen een aantal vormen bedacht. ‘Het zou mooi zijn als we iets daarvan ervaren, het contact en de verbondenheid dat ermee gepaard gaat.’

Ik besluit het hierbij te laten. Pak zo mijn zwemspullen bij elkaar, doe wat blikjes in mijn rugtas en stop mijn teken- en schetsboek erbij.

Even kijken of de buren ook zin hebben om mee te gaan…

Tot later,

Rob

 

 

Deel Raakvlak...Share on Google+Share on LinkedInTweet about this on TwitterShare on TumblrShare on Facebook

1 Response

  1. Leuk om te lezen Rob. Ik neem mijn hoed voor je af : )
    Groet, Marco

Leave a Reply to Marco