Inter-viduen – zaterdag 2 mei 2020

Zaterdagochtend 2 mei, 10.30 uur

Alweer drie weken terug dat ik gezeten heb en geschreven heb. Na zes weken een onwaarschijnlijke hoeveelheid zonneschijn en lentepracht – met jonge vogeltjes die in mijn achtertuin uitvlogen en de appelbloesem die als nooit tevoren zichtbaar was - is het de voorbije dagen wat bewolkter, valt er wat regen en was er zelfs donderdagavond een spectaculair onweer. Met Roos neem ik plaats voor het schuifraam en kijken we naar de donkere lucht die zijn energie ontlaadt met felle lichtflitsen en flink gebulder. Wat een natuurverschijnsel! De kracht en grootsheid dringt door. Ik kijk er in stilte en met verbazing naar.

Het is sowieso een avond waarin er tijd en ruimte is. Roos geeft aan dat ze de tantra graag weer oppakt, de ontmoetingen waarmee we het contact en de verbinding tussen ons nadrukkelijker mogen ervaren. Een jaar terug alweer stopten we de online cursus van acht ‘lessen’ van Sophia Sundari, ongeveer halverwege. Niet omdat we er genoeg van hadden, maar omdat het soms zo gaat. Het voorjaar, andere zaken en verleidingen, we kennen het allemaal wel…  Maar nu heeft Roos er weer contact mee. En zie ik mezelf volgen in haar wens. Ja, hoe ontstaat en gebeurt zoiets?

Ik heb het boek van Osho naast me liggen – Tantra, leven in vrijheid. Ik pakte het woensdag in Doorn uit de haar kast en blader door de eerste veertig bladzijden. Het leest prettig, merk ik, niet helemaal tot mijn verrassing. Roos zegt me dat het drie jaar terug een soort bijbel voor haar is geweest, in de periode dat ze loskwam van haar ex, Bram. Ik herinner me Osho’s Het boek van Niets dat ik eigenlijk rond dezelfde leeftijd (veertig jaar) in bezit nam. Ik kocht het zelfs een tweede keer, nadat ik het op reis door Mexico was kwijtgeraakt. De eenvoud sprak me aan, de herkenning van de wereld en de ruimte die hij via zijn woorden opende. Tantra is vrijheid, vrij zijn van alle denkstructuren, van alle denkspelletjes, vrij zijn van de ander. Tantra is ruimte om te zijn, is bevrijding.

Een tantra-avond loopt dan zoals je het niet kunt bedenken. Ook bij ons. Het is een reis, vol ontdekkingen over wat er zich tussen ons wil laten zien. Maar vanuit openheid, intimiteit en kwetsbaarheid. Het is voor mij een overgave aan Great spirit, om er een sacrale en dankbare  lading aan te geven. Leven vanuit liefde en verbondenheid, waarin plaats is voor donker en licht, voor krachten die zich soms verscholen houden in kleine hoekjes. Maar die zich in een liefdevolle ruimte en heilig veld uitgenodigd voelen om te verschijnen. Ik erken nu, twee dagen later, de enorme betekenis. Van een tantrisch leven, van die manier van in het leven staan.

Wat heeft dit met mij te maken, met wat zich in deze periode afspeelt? Alles. Het gaat over mijn plek in deze wereld, mijn verhouding ten opzicht van de ander. Maar vooral over het van mezelf af bewegen. Er is dan geen zelf meer, er is geen ander. Het leven speelt zich dan af tussen mensen, we zijn inter-viduen. De woorden vallen op Koningsdag, in het gesprek met Esther die over haar zoontje Viggo begint, een gevoelig mannetje die het op de ene school lastig heeft en de andere niet. Het gaat over de labels die we er soms tussen zetten en houden, waardoor er geen contact is. Het is allemaal al gezegd en bepaald.

Ik sta op de Van Bennekomweg in Doorn, de straat waar Roos en Max een klein oranjefeestje vieren met hun buurtgenoten. Ik beweeg me ertussen en geniet. Van de interacties waar ik zelf – al dan niet actief – deel van ben. Ik trap mee tegen een balletje, dat speels rondgaat, van voet tot voet. Kinderen van vijf, negen, twaalf en ouders van veertig, vijftig, stappen in en uit. Wat er gebeurt, is onvoorspelbaar. Maar iedereen is er, zo lijkt het. Ook Max, die ik zie worstelen met zijn omgeving. Hij voelt zich buitengesloten. Het gaat niet zoals hij het wil. En trekt zich terug, teleurgesteld en boos. Maar vooral verdrietig en onmachtig. Roos vangt hem een aantal keren op, besluit een spelletje met hem te gaan doen. Op een eigen plekje. Ik begrijp ze, je kind zien worstelen is niet makkelijk voor een moeder.

Ik spreek erover als ik met Luc een paar dagen later onze (tweewekelijkse) wandeling doe, deze keer in het Gagelbos en het park Ruigenhoek, nabij het Utrechtse Overvecht. Ik ben er vaak langs gereden, op weg naar Westbroek of Hilversum. Nu zie ik hoe fraai daar de (nog) jonge natuur is. Luc vertelt over zijn zoon Pieter, inmiddels tien jaar, beter gezegd, over hoe moeilijk het is om je zoon – juist als ouder – te laten. Als hij gepest wordt, voel ik pijn. Dat wil ik niet. Dus dat wil je toch voorkomen of tenminste oplossen. Hij vertelt over de onmacht, over het lastige gesprek en de ongelijkwaardigheid die er dan ook kan optreden. ‘Ik heb met Eline in die opvoeding teveel ruimte gegeven,’ zegt Luc, ‘een kind heeft toch ook duidelijke grenzen en kaders nodig, of hoe zie jij dat, Rob?’

Ik word aangesproken en voel de uitnodiging. Ik weet het niet zo goed, beken ik Luc. Ik weet in elk geval wel voor 100% dat ik niet weet wat een ander nodig heeft. Dat ik ook niet die arrogantie heb, maar dat het wel een valkuil is. Ik weet dat de ander echt van zichzelf is en dat ik dat heel belangrijk vindt. Het maakt dat ik me graag vanuit die oriëntatie ook tot die ander wil verhouden. Wat impliceert dat? Ik put uit mijn ervaringen met Max, die me natuurlijk ook met zijn gedrag of emoties raakt. Ik herinner me de emotionele uitval (en ontlading) van mezelf vorige zomer, tijdens de vakantie. Max ging over mijn grens en ik liet dat lang gebeuren. Totdat het genoeg was.

Met Luc luister ik nog verder. En zien we dat het ten alle tijden om jezelf ‘in de wereld brengen’ gaat, echt meedoen. En je eigen grenzen dus aangeven, maar evenzo over je verlangens spreken of aangeven wat je nodig hebt. Dat geldt voor de relatie met je zoon, voor elke relatie, ook dus zoals we samen hier door de natuur aan het lopen zijn. Luc is me namelijk kwijt, zegt hij, als ik op een bepaald moment niet meer vanuit mijn eigen levende ervaring praat, maar meer in een beschouwende positie. Ik hoor zijn vraag en na een minuutje heb ik er weer contact mee, is er weer verbinding. En is er het besef dat ik – ook in contact met Max, maar natuurlijk in elk relateren – ook mag leren spreken vanuit mijn eigen verdriet, verlangen, behoefte. ‘En dan natuurlijk niet om te claimen,’ zo haast ik erbij te zeggen.

Ik ben weer in Doorn. We ontbijten. Roos en ik zijn in gesprek. Max ligt op de bank en aarzelt om aan te schuiven. Ik vind het stom. Hij roept het een aantal keren. Ik zeg hem dat ik zie dat hij boos is. We nodigen hem uit om erbij te komen, te vertellen wat er is, wat hij nodig heeft. Ik vertel over mijn eigen boosheid, bijvoorbeeld naar Roos. Dat ik dan eigenlijk teleurgesteld en verdrietig ben. Omdat ik niet krijg wat ik wil.  Dat ik dan weg wil, naar mijn eigen huis, of dat ik dan ga mopperen. Dat dat niet fijn is om dat te voelen. Maar dat het wel fijn is om er iets over te zeggen, vooral als mama naar me luistert. Dat het dan al bijna vanzelf weer oplost. Max is inmiddels op schoot bij Roos gaan zitten en kijkt me aan, nog steeds wat ongemakkelijk en bozig. Hij zwijgt en blijft het stom vinden, zonder te zeggen waarom. En toch zie ik in zijn gezicht dat er van alles gebeurt.

Met jezelf of met de ander bezig zijn. Ik ken het en zie mezelf er soms in worstelen. Ik weet dat – als ik op die plek zit – dat ik mijn vrijheid erdoor kwijt ben. Ik leef ten diepste graag ook vanuit het niet-weten, zodat het leven (of de ander) zich aan mij laat kennen. Telkens weer opnieuw. Dat vraagt om loslaten van toekomst en veel zekerheden en om het vertrouwen in mijn eigen antwoord, niet als de waarheid, maar wel als bijdrage aan en om in de wereld te willen zijn. Gert Biesta – de hoogleraar van de NIVOZ-leerstoel met een prikkelend onderwijs-pedagogisch denken - spreekt over ‘het verlangen bij kinderen wekken om in de wereld te zijn’, als het waartoe van onderwijs. Dat gaat dan over onder-wijzen, om de wereld te tonen, te laten zien wat jij belangrijk vindt. Niet om de ander daarin te kooien, maar om hem/haar de gelegenheid te geven om (zijn weg) te kiezen. Maar dus ook vanuit de plicht om weerstand te bieden. Jezelf daar in die ruimte in te brengen.

Links van mij ligt het boek Muzische professionalisering van Bart van Rosmalen, dat ik vorige week eindelijk oppakte en in een adem heb uitgelezen. De volgende dag belde Bart me op om mijn collega Rob Martens te vragen voor de Musework-avond op 12 mei – een online bijeenkomst waarin we met alumni van de HKU een werkplaats hebben over onderwijsvernieuwing en de kracht van het muzische perspectief. Ik word er blij van. Van zijn uitnodiging, om samen op te trekken. Ik deel het met een aantal anderen, in mijn werk en onder vrienden. Het onderzoek dat ik in maart ben gestart (naar kunst, onderwijs en pedagogiek) was naar de achtergrond geschoven, maar is de voorbije weken weer teruggekeerd. Ik heb een podcast met Muriël Besemer bewerkt en gepubliceerd en die met Bart en Alexandra Bronsveld neem ik de komende dagen onder handen. Verder heb ik een afspraak met Hanke Drop en een met Peter Rombouts, die zich met dans/beweging en professionalisering bezighoudt.

Van Rosmalen, als lector verbonden aan de HKU, laat zien hoe het muzisch perspectief professionele eigenzinnigheid, gedeelde waarden en plezier in het werk aanwakkert. Dat staat op de achterflap van het boek. Dat geldt voor mensen in organisaties, in het onderwijs en natuurlijk ook voor het onderwijs zelf. Weet ik. Het gaat over ‘vertellen, spelen, maken en delen’ - de leidraad waarop de mythe van de muzen zich baseert en zich in de publieke ruimte openbaart. De ervaringen beperken zich dus niet tot de professionele cellist of acteur. Voor mij is het helder dat elk ‘muzisch’ verschijnen de potentie heeft om met anderen plezier, verbinding en eigenheid te laten ontstaan. En dat daarmee een samenleving en een samenwerking weer hart en ziel krijgt. Ik voel een opdracht.

Ik kom terug bij de verhalen. En de kracht ervan als we ze van elkaar willen horen. Mensen verschillen fysiek en genetisch niet of nauwelijks van elkaar, zo citeerde ik de vorige keer Rupert Sheldrake. Ik besef dat we allemaal ons ‘eigen verhaal‘ hebben, dat we onszelf en de ander daardoor ook - soms wat te graag - vertellen. Daarin zijn we niet verschillend. Het is mijn en jouw manier om in het leven te zijn. Daar ligt ieders houvast, ieders betekenis. Uit angst en afgescheidenheid geboren? uit liefde en verbondenheid? Of misschien wel uit allebei?

Een (groeiende) bewustzijn  - via ontmoetingen en ervaringen, nieuwe perspectieven en het leven met de ander - leidt mij naar een verandering, naar een volledig leven. Niet door bezig te zijn met de omstandigheden. De neiging is er – zeker in crisistijd -  om bezig te gaan met die omgeving, met die buitenwereld. Om de wereld (weer) naar je hand te zetten. Ik hoor het om me heen. Met schijnveiligheid en zekerheid. Met ander werk dat tenminste goed betaalt, met meer geld zodat we nog vaker leuke dingen kunnen doen. Met corona bestrijden, zodat alles weer normaal wordt.

Het gaat mij om de ontmoeting met de ander. In den beginne is de relatie, alle werkelijk leven is ontmoeting, zei Martin Buber. Het is een lijfspreuk van me, al sinds ik Raakvlak ben begonnen. Voor elk gek een plek, liet ik al noteren bij een van mijn eerste sollicitaties. Ik besta omdat jij bestaat, weet ik ten diepste. Ik zie een verband met mijn sterrenbeeld Vissen (let op het meervoud) en vindt meer diepgang in het werk van een filosoof als Emanuel Levinas. 'Onder het oog van de Ander wordt alles anders'. En ik citeer Osho, tot slot, mijn laatste bron: ‘Tantra gelooft in zijn, niet in gedrag en persoonlijkheid.  Want als je wezen, je zijn, eenmaal veranderd is, ondergaan ook je gedragingen een verandering. Wie is het ooit gelukt om ze rechtstreeks te veranderen?

Het is fijn om mijn verhaal – dit denken - eens te leggen naast de manier zoals het ons als cultureel en historisch wezen misschien ook gegeven is. Ken ik dat script? En ken ik mijn eigen script, vanuit m’n eigen familie en systeem? En vooral hoe verhoud ik me tot die verhalen waar tegelijkertijd niet aan te ontsnappen valt. En waar ik – zo merk ik - ook niet meer van weg hoeft te gaan.

Rob

 

 

Deel Raakvlak...Share on Google+Share on LinkedInTweet about this on TwitterShare on TumblrShare on Facebook

No Comments Yet.

Leave a comment