Geraakt – donderdag 5 maart 2020

Donderdag 5 maart, 17.10 uur

Een dag voor mezelf. Voelde me gisteravond – na de lange werkdag en de NIVOZ-onderwijsavond – bij thuiskomst al zonder energie. De afspraak van vandaag – een bezoek aan de Bildungs conferentie in Tilburg – heb ik rond het middernachtelijke uur afgezegd met een appje naar betrokkenen, Hanke, Maartje en Karin. Er was begrip, de volgende ochtend over mijn beslissing. En ik merk dat ik er ook goed aan heb gedaan.

Heb tot half 12 geslapen, erg lang dus. De spanning die ik in mijn lijf voelde, was een beetje gezakt. En ik voelde ruimte en weer wat zin. Om wat achterstallig werk te verrichten en om weer wat te schrijven over de voorbije week. Daar zaten vier dagen in Lissabon bij, van donderdag tot en met maandag. Een verrassing van Roos. Het was een experience waarin veel gevoeld kan worden en veel gebeurd. Ik merk dat ik geniet, maar ook met een zeker ongemak rondloop door de Portugese stad. De ongelijkheid in de maatschappij is inmiddels (ook in deze trip) overal om me heen te zien en het raakte me, doet me ongemerkt pijn.

Ik slaap in een Lux hotel, met alles erop en eraan, omdat wij het ons kunnen veroorloven. Honderd euro per nacht, met een supersonisch zwembad en een hottub op het dak. Het ontbijt is overweldigend en fantastisch, een overvloed aan eten. Een op een of andere manier schep ik dan ook extra vaak op. Ook ik blijf er gevoelig voor. Tja, ik heb er toch voor betaald! Maar na twee of drie dagen begint er iets te knagen.

In de stad zelf – maar waar eigenlijk niet – zijn er grote groepen mensen die zich iets dergelijks niet kunnen veroorloven. Die leven van niets tot weinig, die hun voedsel en huisvesting bij elkaar moeten schrapen. Ik denk aan de documentaire Lottery of birth die ik eerder zag. Hebben we dan allemaal een eigen plek in deze wereld, en staan we ergens voor opgesteld, waarmee ons lot (of onze opdracht) mede bepaald wordt? Is die hiërarchie inherent aan het organische leven? Of is een en ander uit de hand gelopen, door onze economische verhoudingen? Zoals in deze module 6 ook ernstig duidelijk werd gemaakt. De rijken die steeds rijker worden. De grote groep economisch laag bedeelden die hard moeten werken voor de kost – vaak eentonig en zwaar werk, als ware het een tredmolen. Ik stap in een vliegtuig met businessclass en economy class.  Waarom is dat verschil gemaakt? Waarom niet overal voor iedereen dezelfde acceptabele condities? Ik zie loungerooms voor fortunated people die veel vliegen (en dus veel vervuilen) en poortjes waar ze als eerste doorheen mogen, zodat ze minder lang hoeven te wachten dan de andere reizigers.

Na bijna 55 jaar is het zover. Op onze eerste volledige (en zonnige) vakantiedag zie ik mezelf kiezen voor de Citysightseeing bus, meestal bedoeld voor oudere mensen, maar die natuurlijk ook weer veel duurder is dan een dagje met metro, tram, trein en bus. Ik slik mijn weerstand weg en probeer te genieten van de rit die we met een lopen dakje maken naar Belem, daar waar niet alleen de terrasjes met toeristen vol zitten - al zijn de prijzen er duurder - maar ook de trekpleisters in de directe omgeving een beroep doen op de in Portugese sferen, gul gevende, rijkere hand.

Een dag later belanden Roos en ik – voordat we de Portugese uitgaanswijk Bairro Alto betreden – in een sushibar waar je eindeloos veel kan eten en drinken. Voor slechts 15 euro!!! Dus maak ik me zorgen om het Nepalese personeel. Blijft er nog wel wat voor hen over? Hij maakte me duidelijk dat die zorgen niet nodig zijn, maar toch? Ik schep drie keer op. Maar erg genieten doe ik niet. Er is genoeg geld op de wereld, er is genoeg eten. Waarom is het zo slecht verdeeld, denk ik? Waarom houden we met elkaar – ikzelf incluis – dit systeem in stand. Ik merk dat het me bezighoudt en dat er iets in me verschuift.

De tuktuk-rijders bij het sprookjesachtige Sintra stemmen me op zondag weer wat optimistischer. Lola verdient in de retedrukke zomermaanden haar tuktuk in een paar weken weer terug, zegt ze. En ook de helpende Daniel maakt een gelukkige indruk in zijn elektrische, dus groenere en duurzamere  tuktuk. Hij vraagt ook niets voor zijn oppikactie als we de weg na een lange wandeling door het park een beetje zijn kwijtgeraakt. Sterker, hij verleent extra service met zijn persoonlijke hotspot om ervoor te zorgen dat we de Uber-app kunnen downloaden en met de goedkoopste taxi  (ook zo’n uitvinding waarin prijzen dalen en werknemers – denk ik dan - worden uitgebuit) nog dezelfde avond naar Cascais kunnen, volgens hem een droomplek. Dat doen we niet, omdat het te snel donker is. En omdat we gewoon graag nog een keertje terugkomen naar Lissabon, zo vertellen we hem.

Ik heb dinsdag een kort gesprekje met NIVOZ-collega Maartje aan wie ik dit allemaal vertel. Ook over de confrontatie met een Senegalese kralenverkoper die mij een armbandje omdoet, omdat ik zeg dat ik Senegelase muziek ken en leuk vindt - en Roos ook. Ik vertrouw het natuurlijk niet, maar hij maakt duidelijk dat hij het ons gunt. Nee, dat vind ik leuk, het brengt jullie geluk. Als hij vervolgens een halve minuut later toch vraagt om wat harde munten, zodat hij kan eten en voor zijn gezin kan zorgen, krijg ik toch gelijk. We geven hem het bandje weer terug, geraakt als ik ben door deze aanpak. ‘Dit is geen geven,’ zo vertel ik hem – al wil ik hem nog even een lesje leren. Ik voel me goed bij deze (zuivere) reactie, zoals ik het noem. Maar in gesprek met Maartje, die mijn gedrag verstaat, is er ook weer schaamte als ze me vraagt waarom ik hem alsnog niet iets gegeven heb. ‘Want,’ zegt ze ook, ‘wat moet hij anders? Hoe kan hij het anders doen?’

De westerse maatschappij – en steeds meer Oosterse toeristische plekken - is er een van ‘voor wat, hoort wat’. En we zitten er samen aan vast. Ook het vraagstuk rondom de vluchtelingen – daar waar zij zelf actief in is - komt ter sprake. Hoe help je iemand? Wat is helpen? Wat is ontwikkelingshulp? Een kussentje kopen dat gemaakt is in een ontwikkelingsland, waardoor ze daar microkredieten kunnen aanschaffen en een eigen handeltje kunnen starten? Is dat het voorbeeld wat we een ander willen, kunnen of moeten geven? Hoe kun je in gelijkheid er voor elkaar zijn? Maartje vertelt over dat ze hulp biedt aan vluchtelingen in alle zaken die er in een vreemd lang op hun afkomen. Om ze te helpen de weg te vinden.

Het heeft een parallel met onderwijs, met kinderen. Met relaties. Hoe verhoud ik me tot die ander? Hoe vragen we bij aan zelfstandigheid – aan autonomie - en in verbinding? Waar wordt het zorg en wellicht ongepaste zorg? Je geeft kinderen ruimte en verantwoordelijkheid daar waar ze die aankunnen. Het is speelruimte (een derde ruimte?) die groter kan worden als je dicht bij elkaar blijft, als je in contact met elkaar blijft.

Ik vertel Roos op dinsdagavond over mijn gevoel, mede gevoed door het boek dat ik in Portugal heb opengeslagen van Primo Levi (is dit een mens) en de passages die ze voorleest uit het dagboek van Etty Hillesum. De kwetsbaarheid en ontreddering van het mens-zijn worden er breed in uitgemeten.  Tegen de achtergrond van een afschuwelijk decor schetst Primo Levi de omgang en gevoelens van mensen  in het vernietigingskamp Auschwitz. Het is mensonterend en toont ons wellicht ook fundamenten van een ‘menselijke’ omgang – zij het in extremis. Dat is wat het in mij oproept. Er is een hoofdstuk over goed en fout. Of liever gezegd dat het leven – het overlevingsleven – niet anders gepaard kan gaan als met goede en foute handelingen. Aan de ene kant roof je spullen (als kampbewoners, ook van elkaar) om ze aan de andere kant eventueel weer uit te delen. En dat geldt ook voor de arbeiders buiten het kamp, zelfs ook voor de SS-officieren. Het is in de mondiale politiek eigenlijk niet veel anders, denk ik even. Rusland, Syrië, Turkije, Europa, er is geen touw aan vast te knopen. Maar daar waar geld verdient kan worden, zo is mijn idee, wordt er gehandeld (in wapens) en veel vernietigd (door oorlog). Met je linkerhand graaien (geld met geld verdienen door de puissant rijken), met je andere hand goed doen (donaties, schenkingen etc).

Het doet me denken aan de complexiteit van deze tijd, de kleine dilemma’s en vraagstukken waarmee ik me door het leven leidt. Ik stel mezelf vragen. Is er een goede weg, waarop je kan lopen zeker weet dat je nergens ‘slachtoffers’ maakt: duurzaam, ecologisch of economisch? Waarin je niet doet aan wereldvernietiging – zoals Biesta schreef (zie vorige bericht)? Of is het besef hebben van het menselijk tekort en gewoon doen wat je kunt doen om er een ‘betere wereld van te maken’ of het ‘goede leven’ proberen te leiden. Dat je vooral het appel blijft voelen uit die wereld, van die ander en je daarmee verbindt. Dat je daarin betekenis en zingeving vindt.

Ik hang net op, in het belletje met Luc – een vriend – kwamen toch ook weer een aantal ervaringen naar boven die ik ook al eerder (maandag) met jullie deelde. Een avond met René waarin ik duidelijk uit heb gesproken dat ik mezelf niet laat zien, dat ik niet in mijn verhaal kom, door de dynamiek van ons contact, onze relatie. Dat het voelt alsof we in twee werelden leven, dat ik me niet gehoord en gezien voel in dat contact. Dat  ik niet verstaan wordt en dat het erg moeilijk is om dan te vertellen, dan wel te delen.

Het werd opgeroepen door de parallel die ik zag met een ervaring van Luc. Daarin sprak hij uit wat hij niet meer wilde met zijn vriendin, symbiose en samensmelten met haar, verbinding maken als zij zo zwaar voelt. Hij zegt ‘zij’, doet alsof het alleen van haar is. Want ik wil niet in die zwaarte van haar zijn. We spreken erover en ik vertel over de ontmoeting met René. De pijn of de weerstand die ik ervaarde. De behoefte aan erkenning – echte interesse - waarvan ik zie dat ik die van hem nodig heb. En dat het onbeantwoord laten van mijn vragen aan hem - en betrokkenheid - mij een gevoel gaf dat ie me niet zag staan. En dat ik merk dat ik daardoor ook weinig zin heb om hem te spreken.

En ik kom op de vraag uit, die hij stelde: ‘dit voelt alsof het een afscheid is, hoe is dat voor jou’. Ik lachte een beetje, vond het een typische vraag van René. En vertel dat ik er zo niet naar kijk. Dat ik het vertel, omdat ik dit gevoel van mij tussen mij en hem had staan en dat het belangrijk is dat het gezegd is. Dat ik niet weet hoe het verder gaat, wie of wanneer ik weer een beweging maak en dat de toekomst dus ongewis is.

Ik heb de gebeurtenis gedeeld als voorbeeld van hoe je ‘de ander’ soms tegenkomt en hoe eenzaam en alleen ik me dan soms voel in dat contact. Het verlangen om de ander ‘heel’ te houden, je te kunnen verplaatsen in wie hij is. Ook en vooral om jezelf misschien heel te houden. In ons maandagse gesprek met Ralph en Stef haal ik het voorbeeld aan. Want daar begon mijn week. En ik voel dat het ook iets te maken heeft met deze intensive.

Ik deel een mailwisseling van vandaag met Stef en Ralph, over een initiatief waarin Li An Phoa met scholen en kinderen aan de slag wil ten einde schone rivieren te krijgen. Het project (deels ontstaan vanuit het Wetenschapsknooppunt, omdat leerlingen er ook heel veel eigen onderzoek in kunnen doen) voelt voor mij als een prachtig, hoopvol project. En ik merk dat ik blij word van het bericht waarop Jeppe van Pruijssen (MaatschapWij) me wijst. Ik zoek contact en beweeg er op mee.

Ik stop met schrijven, merk dat ik weer in beweging wil komen.

18.23 uur dus…

Tot later allemaal,

Rob

 

 

 

 

 

Deel Raakvlak...Share on Google+Share on LinkedInTweet about this on TwitterShare on TumblrShare on Facebook

No Comments Yet.

Leave a comment