De verlossing – maandag 13 april 2020

Paasmaandag 13 april, 16.15 uur

Voor het eerst in lange tijd kijk ik naar een leeg blad. Er is geen kapstok waarmee ik deze tekst zou willen beginnen. Ik herinner me nu een avond bij Sietske Venema, de wekelijkse dansmeditatie op zondag die ik de voorbije vier jaar trouw volg, maar nu dus alweer een maandje stil ligt.

De muziek draait zoals al even en bijna iedereen is al volop in beweging, zoals eigenlijk altijd als ik de zaal binnenkom. Ik zie mezelf een beetje zoeken naar mijn plek, mijn beweging en de stemming die zich door mij heen wil tonen. Ik kijk Sietske aan, moet erom lachen en vraag haar: hoe begin je nou zo’n avond, hé?! Zo dus.

Beginnen bij het begin, met wat er nu is. Ik ben blij dat ik ruimte voel, dat het nu in en om me heen stil is. Ik ervaar dat ik daarin ook verlegenheid voel. Er gebeurt bij jou veel zeg, zo kreeg ik deze week en paar keer te horen toen ik vertelde over de laatste 24 uur. Ik kwam net terug van de Buurtwerkplaats, bij mij om de hoek bij het Berlijnplein en de RAUM-theaterplaats. Het gesprek met de coördinatoren Jurriaan en Ruud - en met Anita en Tom, die net als ik door een flyer als vrijwilligers/deelnemers kwamen aanwaaien – zette mijn hart wagenwijd open.

Wat was dit nou? Een plek voor ontmoeting, voor experiment, voor talenten en voor samenwerken. En ondertussen help je elkaar 😉 Ik dacht terug aan 2010, aan Marnix en mezelf, toen we iets soortgelijks probeerden op te starten in de Utrechtse wijk Wittevrouwen. Kijk in je wijk noemden we het. Om de potentie die er is, tussen mensen, dichtbij, zichtbaar te maken. Er waren cheques en er was een markt waarin de diensten aangeboden werden, zie ook dit filmpje.

https://vimeo.com/13109507

Maar waar wij destijds in een verkennende fase struikelden, is de voorbije acht jaar in Amsterdam en nu dus ook in Utrecht – op drie plekken - wel van de grond gekomen. Hart voor Leidsche Rijn heet deze buurtwerkkamer en ik zie mezelf daar wel iets beginnen.

Ik heb Stef even later aan de telefoon en vertel hem over deze gebeurtenis. Ja, zegt hij, dat is zo’n woord dat jij vaak gebruikt, het gebeurt jou allemaal. ‘Daar zou je iets mee kunnen doen.’ Hij heeft nog geen weet van de website die al bestaat en de naam van Raakvlak, voor verbindend ondernemen waarmee ik vanaf 2007 online te vinden ben. Mensen bij elkaar brengen rondom sociaal, maatschappelijk en persoonlijke vraagstukken, de Eigen Kracht Centrale, in gesprek zijn, ontmoeten. Rob happens dus, om maar eens een kreet van Marnix uit die tijd te herhalen.

Ik bedank Stef voor de suggestie en voel daardoor dat het tijd is voor mijn eigen update. Een avond later zit ik al in het CMS om mijn bestuursfunctie bij het Centrum voor Kinderfilosofie officieel naar buiten te brengen. Twee weken terug sloot ik aan, op uitnodiging van Alexandra, voorzitter van het CKN, die ik al enige jaren vanuit de onderwijscontext ken. En na die eerste bijeenkomst schoot ik zeg maar uit de startblokken. Met een paar mails en aanpassingen aan de website is de boel direct al flink opgeschud. En – wat leuk is – ontstaan er direct ook nieuwe perspectieven en doelstellingen.

Ja, die sociale netwerken en verbindingen en de verhalen met elkaar delen, dat is wel wat happens. Twee dagen eerder maakte ik een online meeting mogelijk vanuit NIVOZ, een gesprek tussen leraren en schoolleiders over de pedagogische vragen in deze tijd van afstandsonderwijs. In twee weken tijd doen we dat drie keer. ‘De pedagogiek komt via de achterdeur binnen, niet via de voordeur,’ zegt Luc Stevens, onze professor, tegen de mensen die het gevecht met hun omgeving en met hun collega’s denken aan te moeten gaan om - ook in deze tijd -  te kunnen doen wat belangrijk is.

In zijn wijze woorden beluister ik de ‘soevereiniteit’ die zo wenselijk is in een gezonde samenleving, waarin en mens-zijn en medemenselijkheid soms even niet op te brengen lijkt te zijn. De verbinding die verbroken wordt, op het moment dat je geraakt bent door de mening of dat wat de ander je voor de voeten werpt. Althans, zo beluister en ervaar ik het. Ineens voel je je klein, mag jij (en die ander) er niet zijn.

Met Roos loop ik zondag door haar tuin en vertel ik wat ik zou doen, over de mogelijkheden die ik zie. En niet veel later zitten we in een gesprek, waarin we over en weer ‘onze uitspraken en meningen’ vanuit die geraaktheid zitten te verdedigen en waarin er niet meer echt geluisterd wordt. In dergelijke discussies vindt een deel van de mensen weer een nieuw plezier, maar ik ben het spelletje zat. Het leidt nergens toe, anders dan het machts- en woordspel waarin ik mijn eigen gelijk aan het leven ben, steeds nadrukkelijker afgescheiden van de ander en van de schepping, de levende (en vaak onvoorspelbare) werkelijkheid.

Genetisch en lichamelijk verschillen we nauwelijks van elkaar. Maar door de verhalen die we vertellen zijn we uniek. We zijn niet anders dan verhalenvertellers. Het zijn woorden, gesproken in een documentaire van Rupert Sheldrake, een revolutionair bioloog uit de zeventiger jaren, visionair ook. Via Monique de Haan bekijk ik het fragment waarin hij veel meer over zijn mensbeeld deelt. Destijds deed hij veel stof opwaaien, nu veertig jaar verder kunnen we toch een eind meegaan met zijn ideeën.

https://www.youtube.com/watch?v=RtofjlCkUno&feature=share&fbclid=IwAR0bIYdssjiUg7GeE4RcSFBNF6_rvQwX_p0laaNjiSVj3XzKOOORMNpZs34 (vanaf minuut 40 ongeveer)

Roos en ik hebben onze eigen verhalen en gelukkig zien we en horen we elkaar steeds beter en vaker. Wat we ontdekken is dat ieders verhaal deel uitmaakt van een groter verhaal, een groter bewustzijn, een groter veld. Waar ik dan ook – dankzij die ander - contact mee kan krijgen. Het is daarom ook van mij, zou je kunnen zeggen. Sheldrake noemt het morfogenetische velden. We zijn opgebouwd uit herinneringen, ook van ver voor onze geboorte, hoor ik hem zeggen. Het is niet zozeer de vraag waar die verhalen zijn opgeslagen, want dat impliceert een ruimtelijkheid. Hij ziet herinneringen meer ontstaan in een relationeel en tijdsbewustzijn.

Door in te tunen, in het veld, is er sprake van morfogenische resonantie, het verleden en ook de toekomst is daarin tegenwoordig. Ik denk aan de systemische opstellingen avonden bij Chris Stegeman, de plek waar Roos en ik elkaar in maart 2017 echt als systeem-geliefden ontmoette, maar onze chemie dwars door alle gangbare systemen heenbrak. Maar was dat nou echt zo?

Het systemische theater bij Chris vraagt niet om logische en mentale duidingen en verklaringen. Maar dat er ‘iets’ gebeurt, is voor alle aanwezigen eigenlijk onweerlegbaar. Systemische ontsluieringen, noemt hij het, van een werkelijkheid die we via ons blote oog en in het dagelijks leven meestal ontgaan. We zoeken op die avondje met Chris de ruimte op, doen uitnodigingen om woorden te geven aan gevoelens die er zijn, waardoor er beweging in systemen en patronen komen die soms muurvast zitten, naar blijkt soms al generaties lang.

‘Zullen we eens onze eigen opstelling doen,’ zo was mijn uitnodiging in het voorjaar van 2018 aan Roos, toen we voor een korte meivakantie elkaar een tijdje niet zouden zien. Het was een eerste aanzoek, met een romantische bedoeling, natuurlijk. Maar eigenlijk, zo zie ik het nu, was er misschien al meer aan de hand. Het leven is – mits je er bewust van bent – een groot theater met drama, plezier, genot, verlangen, passie, pijn en zoveel meer. Dat is inherent aan het leven. Die ruimte zie ik onszelf en elkaar geven. Net even wat anders doen dan je geneigd bent en dan – samen - ontdekken wat er dan ontstaat.

Ruimte en bewustzijn dus, heling zoals je ook kunt zeggen, of een levensstroom waarin ‘de liefde voor het leven’ de boventoon gaat voeren. Een ja-zeggen tegen wat er op je pad komt, souvereiniteit, in liefde en verbondenheid, je leren te verhouden tot jezelf, de ander en de (buiten)wereld. Niet zozeer een ja om overal in mee te gaan doen, maar alles verwelkomen. Het totale leven te zien als goddelijke manifestaties, groter dan die ene persoon die je nu even irriteert en – belangrijker – ook een manifestatie die je zelf kent. Leven vanuit verbondenheid dus. Daarin kun je nog altijd vrij zijn en je eigen keuzes maken.

Ik droomde laatst – tot tweemaal toe – over een situatie waarin ik alles kwijtraakte. Het werd eigenlijk allemaal onder mijn voeten vandaan gehaald. Mijn fietsen, mijn auto, mijn laptop. Ik werd afgeleid en foetsie, weg was het. Om me heen stonden mensen te lachen, het was alsof ze me doorzagen. Was het een poging om iets voor te stellen? Te laten zien wat ik allemaal kan? Daar stond ik, met lege handen, met niets meer waarmee ik de wereld kon bestieren of bestormen. Het was gebeurd, met me. En toch juist ook weer niet.

Ik denk eraan nu ik wat berichten en posts lees op Facebook. Van Ton van der Kroon, van Jeffrey Wium, met wie ik een tijdje – rond 2010 - in mijn eigen leven heb opgelopen.

https://www.facebook.com/tonvanderkroon/posts/3395739200441690

https://www.facebook.com/jeffrey.wium/posts/1390030481205551

Wel ontwikkelden mensen, intuïtieve mensen die een stroom aan informatie en verhalen bieden waarmee ze de situatie in de wereld, de grote krachten achter het toneel, in kaart brengen. Ik merk dat ik hun verhalen, vol nieuwe gegevens en feiten, niet kan opnemen. Maar de essentie is deze: we zitten op een tijdstip in onze beschaving, waarin het erop of eronder is. Dit moment heeft zich in tienduizenden jaren niet voorgedaan. En het draait om jou en mij. Niemand zal eraan ontsnappen.  Het is een transformatie als nooit tevoren.

Ik las een verhaal van Ton vorige week, over de dood die hij op De Dam in Amsterdam was tegengekomen.

https://www.facebook.com/tonvanderkroon/posts/3379663045382639

De symboliek en zijn oproep zorgen ervoor dat ik s’ avonds met Roos de afstemming zoek en met Ton en veel anderen in meditatie ga. Na afloop is er een deelronde: Ik voel de aarde, de ruimte, mijn lijf… En ze horen echt bij elkaar, ze zijn één. Daarna zet ik muziek op, ik loop toevallig tegen het nieuwste album van Nils Frahm aan, Empty. De leegte en natuurlijke geluiden die in en tussen de pianoklanken klinken vullen mijn bewustzijn. Ik voel me dankbaar en vol mededogen. Ik denk ook aan de dansmeditatie van een avond eerder – die ik van Frank kreeg toegestuurd (naast wat gedichten van David Whyte) en waarin ik de stem van Sophie hoorde. De Franse taal zorgt ervoor dat ik me een half uur door haar laat leiden, zonder dat ik woorden ken en toch weet wat ze zegt.

Ik denk aan Jeroen Selliers, die in het online deelrondje van de mannengroep vertelt over zijn ervaringen. Hij danst nog steeds veel en vindt het heerlijk. Hij zegt dat dat hij via Zoom of via al die andere software eigenlijk heel mooi contact kan maken met de andere dansers. Alsof er iets ‘van links naar rechts’ is verschoven in zijn hersenhelften, in zijn hoofd. Ik een gesprek met Gabrielle Taus – officieel mijn baas bij NIVOZ, in praktijk mijn collega – luister ik naar haar feedback op de podcasts die ze heeft beluisterd, die ik eerder heb gemaakt. Ik versta haar – hoor van waaruit ze spreekt - en vertel vervolgens hoe ik het zelf ervaar. De ontmoeting zorgt ervoor dat ik er graag zelf ook nog eens naar ga luisteren, om een volgende slag erin te maken.

Met Luc Stevens ervaar ik een dag later iets soortgelijks. Hij heeft per mail wat punten van kritiek geuit op het essay van Charles Eisenstein, the Coronation.

https://charleseisenstein.org/essays/the-coronation/

Hij wil me daarover persoonlijk spreken, want hij weet dat ik Eisenstein graag ooit eens op een NIVOZ-podium zie staan. Nadat hij me vertelt wat hij mist in het betoog, zeg ik hem juist dat ik al deze zaken in het essay juist uitvoerig heb teruggelezen. Een perspectief, een master narrative, waarmee we – ook in het onderwijs – verder kunnen. Temidden van de problematiek die we nu ervaren, sociologisch, politiek gezien, ecologisch, democratisch.

Ik hoor mezelf spreken, vanuit het hart en vanuit een groter verhaal. En Luc luistert. Zozeer dat ik tot drie keer toe moet vragen of hij er nog is. Nee, ik ben er nog, zeker wel. Hij geeft toe dat hij het essay te snel aan de kant had gelegd en betuigt daarover spijt, zeker nu hij mij beluistert. Hij pakt het weer op – zo belooft hij - na mijn verhaal over leven vanuit verbondenheid i.p.v. afgescheidenheid -  en ik bedank hem voor zijn kritiek. ‘Daardoor heb ik het essay die ochtend voor een tweede keer gelezen en dat doet me enorm goed,’ zeg ik hem.

Ik besef dat ik niet eerder zo met Luc heb gesproken, net zoals ik niet eerder zo naar Albert – mijn dierbare vriend en kunstvogel - heb geluisterd. Hij staat dinsdag aan de deur, vertelt bevlogen als nooit tevoren over zijn docentschap - en geeft me het boek dat hij heeft gemaakt met zijn moeder, een oorlogskind. Ik bekijk het en voel me vereerd. Ik vertel hem op mijn beurt over mijn schrijfsels, de gedachten en gevoelens die ik al vanaf januari op papier aan het zetten ben. En over de Kolibrie, het boek dat ik een paar dagen eerder van Sepp Lifka kreeg en in een ruk heb uitgelezen.

De symboliek van Sandro Veronesi en het verhaal van de hoofdpersoon, Marco, brengt me terug bij mezelf, bij mijn eigen leven. Ook met Pim – een vriend met wie ik maandagmiddag aan de waterkant bij het Amsterdamse bos afspreek en bijpraat – heeft er al iets van meegekregen. De Italiaanse auteur beschrijft twee type mensen. Het deel dat altijd bezig is met veranderen, onrustig en de situatie naar de hand willen zetten. En het andere deel, dat meer als een Kolibrie boven de situatie stil hangt, ogenschijnlijk bewegingsloos en het leven onder zich voorbij laat trekken. Verwonderd, adaptief, alles aanschouwend, dankbaar. Zijn met wat er is. Daar zie ik mezelf in terug.

De kolibrie maakt ook veranderingen mee, natuurlijk. En vaak heeft hij het gevoel dat het hem allemaal overkomt en gebeurt. En het is niet dat een minder is dan de ander. Maar wat wel duidelijk wordt, is dat de twee types slecht met elkaar overweg kunnen. Dat wil zeggen, er zijn maar weinig mensen die net als de Kolibrie stil willen staan bij wat er is. Roos is een Kolibrie. En er komen er in mijn leven steeds meer, zo is mijn conclusie.

Het is Pasen 2020. Er is wat gestorven, of aan het sterven. Wat dat is in mij? Ik noemde het gisteren bij de wandeling door de prachtige Amerongense bovenpolder - #paasontdekking - het deel dat zich afgescheiden voelt. Het deel dat plaatjes nastreeft, dan wel met de ander of de toekomst bezig is, zonder dat hij contact heeft met zichzelf, met de ander, in het heden. Het deel dat niet luistert, maar vooruitdenkt en wil. Nee, niet de wilskracht, zeg ik in het weiland waar we de ophaal-maaltijd van De Rode Leeuw (eendenborst met zoete ui, ravioli met truffels en spinazie) oppeuzelen. Maar het is de wilskracht die zijn omgeving vernietigt, domineert of eronder zet.

Einde

19.00 uur

Deel Raakvlak...Share on Google+Share on LinkedInTweet about this on TwitterShare on TumblrShare on Facebook

No Comments Yet.

Leave a comment